Overzicht

Op deze pagina zie je een overzicht van alle technieken.
De kolom techniekonderdeel geeft aan welke techniek er getraind wordt.
Daarbij onderscheiden we de fasen 1 t/m 3, van beginnend tot gevorderde volleyballer.
Deze kolommen geven een overzicht welke techniek er getraind wordt en wat de aandachtspunten, wat de accenten zijn.
Als er iets in het rood staat, betekent dit dat een kort filmpje dit onderdeel kan verduidelijken.

Techniekonderdeel
SERVEREN
fase 1fase 2fase 3
Staande float
Sprongfloat
Sprongserve
Staande float

4-Llen: (voor rechtshandige speelster)
* linkervoet voor
* links opgooien
* linkerhand gestrekt met bal
* laag opgooien

Elleboog van de slagarm hoog
Bal opgooien met niet slaghand
ter hoogte rechtervoet

Spanning op slaghand/baksteen
Gewicht naar voorste voet verplaatsen.
Heupindraai, evt. sleept achterste been mee.

Bal in het midden kort raken met de handpalm.
Doel: rotatieloos

Staande float

Kort serveren

Gericht serveren

Diagonaal serveren 1-1 5-5

Doel: strak en snel


Jumpfloat

Opgooi met 1 of 2 hand tijdens de 2e pas)

Aanloop links/rechts/links

Maximaal in het veld springen

Op hoogste punt bal raken


Sprongserve

Hoog opgooien met slagarm

Opgooien met topspin langs je heup

Voetenritme: van aanvalspas l-r-l

Na opgooi kort wachten, dan aanloop beginnen
Taktisch serveren om aanvaller uit te schakelen:

Serveren van pos. 1 : indraaien schouderlijn naar pos. 1
en serveren naar pos. 1

Serveren om setter uit te schakelen:
serveren kort naar pos. 2

Afwisselend serveren van lange en korte ballen
naar bep. posities.

Overig:

Camoufleren van de service (kijken naar andere kant,
draaien naar andere kant, hard-zacht camoufleren.
Techniekonderdeel
PASSING
fase 1fase2fase 3
Zonder verplaatsen
Met verplaatsing
Serve voor je passen (links/rechts)
Serve op je lichaam passen
Diepe serve achter je
Bovenhands passen
Ralleypass
Zonder verplaatsingvideo passtechniek

Open uitgangshouding/schouders voor
van ontspannen naar spanning

Breed staan op gehele voet, (goed in balans staan),
neutraal, rv. iets voor

Armen stil

Buitenste arm eerst, dan binnenste;
hoeken maken, breed blijven

Schouders optrekken

Inveren en uitveren/ kachel

Armen volledig strekken/plank (spanning)

Met verplaatsing

Uit de balbaan blijven bij een bal op of over je.

Eerst voeten, dan armen indien nodig, armen moeten zo snel
mogelijk naar de bal, de bal aanvallen.

Ralleypass

Vrije bal, buiten 3 m.: vingers wijzen naar de grond;
meer ri. 3 m. armen meer horizontaal.
Hoek van inval is hoek van uitval.
Met verplaatsing

Uitgangspositie (4m.)

Snel verplaatsen

Stabiel staan voor spelen

Bal ver van je lichaam

Grote ruimte tussen armen en lichaam

Rug bol (oef. met stok)

Platvorm helemaal stilzetten richting setter

Bal links pakken is rechterschouder laag en andersom

Bal hoog inpassen

Bovenhands passen

Boven je hoofd passen, vingers aanspannen, bal wegpushen

Ralleypass

Vrije bal situatie onderkennen
Diepe service; bal achter je passen:

Been optrekken, ruimte maken, bal hoog pakken

Overig

Korter serves: armen op moment van spelen
meer horizontaal
Techniekonderdeel
BOVENHANDS SPELEN / SETUP
fase 1fase 2fase 3
In rechte lijn zonder verplaatsen
In rechte lijn na verplaatsen
Spelen onder hoeken
Achterover spelen
In sprong spelen
Doortikbal
Setup voorover

Voeten wijzen naar de aanvaller p4, rechtervoet voor

Stilstaan op moment van spelen

Bal hoog pakken en polsen/kijk door je handen

Duimen naar je neus

Spelen vanuit je polsen/handen draaien

10 vingers actief nawijzen/10 bier

Set achterover:

Vooral polsen en duimen gebruiken, ellebogen naar buiten

Overig

Verplaatsen sv. vanaf pos. 1: voorwaarts inlopen en overgaan in zijwaarts verplaatsen

Sprong setup

In sprong: eerst onder de bal komen met je heupen, dan springen

Bal op hoogste punt in sprong pakken

Doortikbal


Met linker- en met rechterhand (naar voren en achteren)

Hoog pakken, camoufleren

Polsbeweging

Overig

Uitdekken van de setup bij een bal achterover rechtsom
opendraaien om uit te dekken

Setup bij pass ver uit het net:

Lichaam naar pos. 4, spelen lateraal naar pos. 2 of voorwaarts naar pos. 4

Onderhandse set (Out of System set).
Evt. met backspin (bal blijft dan langer op hoogte)

Camoufleren, zo laat mogelijk laten zien waar je heen speelt

Overig

Eenhandige setup

Setup uit sprong, afzet met 1 been
Techniekonderdeel
AANVAL
fase 1fase 2fase 3
Slagtechniek
Aanloopritme/richting/voetenstand
/afzet/landing
Positie 4,3,2,A,B
Passen volgorde

Grootte van de passen

Kiezen startmoment aanloop

Pasritme en de rempas

Armzwaai

Actie niet slaghand

Slagschouder naar achteren trekken

Pols

Lange arm op het moment van slag,
Hoog pakken

Aanlooprichting 52 van buiten het veld

Tipbal kort
Grote hand maken

Op de bal slaan en doorslaan (broekzak)

2-pas middenaanvalster

Aanlooprichting 12 van binnen naar buiten

Tipbal lang
A/B-aanval: geen rempas

Shotbal

Sidespin li/re (op 1 en 11 slaan)
Techniekonderdeel
BLOKKEREN
fase 1fase 2fase 3
Uitgangshouding
Handhouding/ steken
Verplaatsing: 1.sidestep / 2.kruispas
Timing
Éénblok/groepsblok
Uitgangshouding

Grote handen / langs het net

Verplaatsing van midden naar buiten

Handen aaneengesloten op moment van blokkering (vlinder)
Voorspanning+banaan

Handhouding:"steken"

Actie na blokkeren

kruispas
Midden: kijken naar voeten buitenste speler

Positie blok t.o.v. aanvaller

Blok op A/B aanval

Blok op doortikbal
Techniekonderdeel
VERDEDIGING
fase 1fase 2fase 3
Uitgangshouding
Verplaatsing
Armhouding op raakmoment bal
Rol: lengterol/zijwaartse rol
duik
Open houding, handen breed naast je lichaam

Laag zitten naar voren gericht (schouders/knie/tenen)

Na de setup naar voren sluipen

Naar de bal toe door bewegen als er geslagen is

Armen stil

Rollen: klein maken

Rollen over lengteas/schouder

Bal met 2 handen spelen in duik
Na setup met kruispas naar verdedigingspositie en naar voren sluipen

Reddingsbal(door de bal heenlopen)

Verdedigen aan de hand van de blokkering

Armen stil/spanning van je armen

Bal met 2 handen spelen
Verdediging in relatie tot blok

Bal voor je en aan één kant naast je pakken, afhankelijk van positie en aanval.

Pancake